Pennenstreek


Het was zomer en ik was dertien jaar. Met blote voeten liep ik over het kiezelstrand. Het was opletten geblazen voor glasscherven van achtergelaten bierflesjes. Die kwamen vast en zeker van de oudere jongens die ik op de camping gezien had. Met hun blote bovenlijven, harde muziek en zelf gerolde sigaretten waren ze alles waar ik nog niet te veel van afwist.

Een meisje zoals Roswitha kon het veel beter aan boord leggen. In een rafelige jeansshort die net tot onder haar billen kwam, liep ze hen altijd paraderend voorbij. Soms boden ze haar een drankje aan, soms een ritje naar de duinen. Ik had geen idee wat ze daar deden. Roswitha zei er ook nooit iets over, behalve dan dat ik het niet aan mama en papa mocht vertellen. Alsof het onze ouders iets kon schelen. Vader lag hele dagen te suffen onder zijn krant, terwijl moeder vanachter de gordijnen van onze stacaravan nauwlettend de andere kampeerders in de gaten hield. Zij zou, zoals elke keer, de enige zijn die even bleek als voor de vakantie naar huis zou gaan.

Ik bracht mijn dagen door met Kafka. Onze grote witte hond die als één brok snoezigheid door de camping stuiterde. Hij maakte het me aanzienlijk makkelijker om met andere meisjes in contact te komen. Kafka genoot van zoveel aandacht. Stiekem was ik een beetje jaloers op hem. Hoe simpel kan het leven zijn, als je je alleen maar zorgen hoefde te maken over hondenbrokken en wandelingetjes. 

Ik hield halt boven de klif. De kiezels prikten, net zoals mijn ogen. Moeizaam liet ik de dode Kafka uit mijn handen glijden, de zee in. Roswitha legde haar hand op mijn schouder, haalde haar neus op. 
'Gaat hij nu wegdrijven naar de hemel?' vroeg ik.
'Het belangrijkste is dat hij daar beneden in orde is,' antwoordde Roswitha en aan haar stem hoorde ik dat ze weer glimlachte.

De eerste en de laatste zin zijn niet van mij, ze komen uit het jeugdboek 'Het ijskoude paradijs' van Jana Frey. Sinds kort maak ik schrijfoefeningen met twee vrienden. De opdracht was om een boek open te slaan, een beginzin van een hoofdstuk en een slotzin van een ander hoofdstuk over te schrijven en een verhaal te verzinnen tussen deze twee zinnen. 

In de laatste zin paste ik toch 1 woordje aan. 
Wie voelt zich geroepen om dit ook eens uit te proberen? Een beetje vals spelen mag...

Reacties

  1. Wat een leuk idee. En wat een bijzonder verhaal, met de nodige suspense. Wat is er gebeurd met Kafka? Wat bedoelt Roswitha met die laatste zin? Heeft zij iets te maken met zijn dood? Heeft de naam Kafka nog een diepere betekenis?
    Ik zou het vroeger graag ook eens uitgeprobeerd hebben, maar heb inmiddels afscheid genomen van mijn eigen schrijfaspiraties...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mooi! Ik laat het schrijven van fictie liever aan anderen over :)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Leuk! Het einde overvalt wel een beetje en laat nog veel vragen open.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik hoop ergens dat er nog een vervolg komt, maar anderzijds is het open einde natuurlijk net heel sterk :)
    Wel een heel fijn idee om met een begin- en slotzin aan de slag te gaan. Misschien probeer ik het ook wel eens...

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten